→ login

Praktische oefeningen - Beginner

TITEL
BESCHRIJVING
NIVEAU
Je luistert naar een aantal belangrijke afspraken aan het begin van een cursus. Je noteert de afspraken. Je leert woordenschat rond het thema 'afspraken'.
Je vult een enquête in over gezondheid. Je werkt met woordenschat rond het thema 'gezondheid'. Je luistert naar een korte reportage over gezondheid en je beantwoordt enkele vragen.
Je leert de betekenis van een aantal belangrijke borden. Je luistert naar een paar audiofragmenten en verbindt deze met het juiste bord.
gratis
Je leest een brief van de school. Je bekijkt een catalogus van schoolmateriaal en berekent hoeveel Hakim moet betalen voor het schoolmateriaal van zijn kinderen. Je werkt met woordenschat rond het thema 'school'.
Je leest een korte tekst over de kerstvakantie. Je leert wat typisch is voor de zomer, en wat typisch is voor de winter. Je bekijkt vier vakantiefoto's, en je bedenkt een passende tekst.
Je leert hoe je een afspraak moet maken met de dokter, met vrienden, met collega's,... Je leert op basis van een agenda hoe je moet reageren wanneer iemand een afspraak wil maken.
Je leest een aantal dialogen tussen bakkers en klanten. Je leert de Nederlandse benaming van de voornaamste producten die bij de bakker verkocht worden.
Je leest twee hotelreservaties en je beantwoordt vragen. Je luistert naar een dialoog, en je vult een reserveringsformulier in.
Je leert de Nederlandse benaming van de voornaamste fruitsoorten. Je leest twee recepten en je duidt aan welke fruitsoorten je nodig hebt.
Je leest een aantal wenskaarten, en je zoekt een passende titel.
Je leert de Nederlandse benaming van de voornaamste groetensoorten. Je leest twee recepten en je duidt aan welke groentensoorten je nodig hebt.
Je leert hoe je een ticket moet kopen voor de trein. Je leert hoe je informatie kan vragen over de vertrek- en aankomsttijden van de trein. Je werkt met woordenschat rond het thema 'transport'.
Je leert hoe je de weg moet vragen en hoe je de weg moet uitleggen.
Je leert de constructies iets anders, iemand anders en ergens anders gebruiken.
Je vult op basis van een audiofragment een inschrijvingsformulier voor een cursus in. Je beantwoordt ook enkele concrete vragen over de cursus.
Mieke heeft een plattegrond getekend van haar nieuwe studio. Ze bespreekt met Jonathan waar ze hun meubels gaan plaatsen. Je luistert naar de dialoog, en je zet de meubels op de juiste plaats. Je werkt met preposities en woordenschat rond het thema 'wonen'.
gratis
Je leest een vacature en je zoekt op basis van een aantal CV's de beste kandidaat. Je luister naar drie sollicitatiegesprekken en je linkt deze aan het juiste CV. Je werkt met woordenschat rond het thema 'jezelf voorstellen'.
Je leest een affiche van een toneelstuk en je beantwoordt vragen. Je werkt met woordenschat rond het thema 'cultuur'.
Je leest een brief over de sportdag van een school en je beantwoordt een aantal vragen. Je leert de Nederlandstalige benaming van een aantal sporten en kledingstukken.
Je leest een aantal sms'jes van mensen die te laat komen in de cursus. Je schrijft zelf vier sms'jes om je te excuseren dat je te laat komt.
Je leert iemands uiterlijke kenmerken beschrijven. Je luistert naar opsporingsberichten en je linkt het bericht aan de juiste persoon.
Je luistert naar een aantal dialogen, en je duidt op basis daarvan aan welke openingsuren de juiste zijn. Je werkt met woordenschat rond het thema 'openingsuren en officiële instanties'.
Je leest een informatiefiche van een zwembad en je vult dialogen aan. Je luistert naar twee dialogen en je beantwoordt vragen. Je werkt met woordenschat rond het thema 'openingsuren en officiële instanties'.
Je leest de programmatie van televisie en je beantwoordt enkele vragen. Je werkt met woordenschat rond het thema 'media' en 'televisie'.
gratis
Je leest dialogen tussen een dokter en een patiënt. Je leert de Nederlandse benaming van een aantal ziekten.
Je leert de kleuren van een aantal Europese vlaggen. Je leert de Nederlandse benaming van een aantal Europese landen en nationaliteiten.